Beschrijving
In het stille hart van Fanal staan een groepje oude laurierbomen, gehuld in een sluier van mist en tijd. Hun kronkelige silhouetten rijzen op uit het zachte, nevelige landschap als wachters uit een vergeten wereld. Zonder kleur, gevangen in zwart-wit, krijgt het tafereel een verstilde, bijna sacrale eenvoud — elke lijn, elke tak, een penseelstreek van de natuur zelf.
De minimalistische uitstraling van de scène legt de nadruk op vorm en stilte: de gebogen stammen, de verwrongen takken als versteende gebaren in een eeuwige dans. Geen geluid, geen beweging, alleen het ritme van de mist die langzaam om hen heen ademt. Hier lijkt de tijd te vertragen, alsof de bomen fluisteren in een taal die alleen de stilte nog verstaat.






